“Pa, daar gaan we”. Met die gedachte begint elke rit die Camille Vaessen met zijn prachtige Toyota Camry 2.5 GXi uit 1989 maakt. Camille rijdt namelijk met de Camry die zijn vader ruim 35 jaar geleden met zijn verstand afwees, maar in zijn hart graag had willen bezitten. Vader Sjef zou de wijze waarop zoon Camille de geschiedenis herschrijft wel kunnen waarderen.
Gepubliceerd op 16/03/2026
Rijden met vaders gemiste Camry
“Pa, daar gaan we”
Gedeelde autoliefde
Op de hoedenplank van de Camry van Camille Vaessen (57) ligt de hoed van zijn vader. Zijn vader Sjef leerde hem van auto’s te houden en deelde die liefde met hem. “Als klein ‘dupke’ nam hij me mee naar autospeedway in Baarlo, en onderweg stond ik tussen de voorstoelen van mijn vaders auto om elke handeling te volgen. Hij liet me dan de merken van passerende auto’s raden”, vertelt Camille.
Sjefs merk
Als volwassene bouwde Camille een leuke collectie van twaalf mooie oldtimers op, waarvan er vier het Toyota-logo op de neus hebben. Waarom? Omdat Toyota Sjefs merk was: hij was een zakelijke kilometervreter en reed het grootste deel van al die kilometers in Toyota’s. “Hij heeft in totaal negen keer een nieuwe Toyota gekocht, waaronder twee keer een Camry. Die Camry’s waren allemaal diesels, maar in 1989 mocht hij van de dealer een week in een witte Camry met zescilinder benzinemotor rijden. De dealer wilde dat hij ‘m zou kopen. En ik ook!”
Te duur
Maar dat gebeurde dus niet. “Mijn vader vond die Camry destijds te duur. Hij verkocht veevoer en vond dat hij niet met zo’n dure auto kon aankomen bij de hardwerkende boeren die hij tot zijn klanten mocht rekenen. En hij vond dat zo’n zescilinder teveel verbruikte”, vertelt Camille, “hij gaf budgettaire redenen dus voorrang, maar in zijn hart was hij wel een echte autoliefhebber en hij vond die Camry net zo gaaf als ik. Dat snap ik wel, want zo’n zacht zoevende zescilinder is niet te evenaren. In zijn hart had hij een beetje spijt, dat weet ik zeker.”
Tien jaar oude Tercel
Intussen wist Sjef wel zijn zoon te besmetten met het Toyota-virus: “Toen ik mijn rijbewijs haalde nam mijn vader me mee naar de Toyota-dealer, want daar zou mijn eerste auto klaarstaan. Ik werd door de eigenaar, een man in een prachtig kostuum, meegenomen naar de werkplaats. In een hoekje stond een tien jaar oude Tercel, met striping én mistlampen! Ik vond het helemaal geen mooi model, maar ik zou ontdekken dat het een superauto was. Toen was ook ik verknocht aan Toyota. Ik heb nu nog een Celica GT uit 1975 en twee Corolla’s, eentje uit 1977 en eentje uit 1987.”
Unieke kans
Begin vorig jaar bracht Camille een bezoekje aan een grote oldtimerbeurs in Maastricht. De eerste auto waar zijn oog na binnenkomst op valt is een Camry, uit 1989. Een haast onberispelijke, mét V6, die ook nog eens te koop blijkt te zijn: “Godmiljaar!” was zijn eerste gedachte: “De hele dag bleef die auto door mijn hoofd spoken. Want wanneer vind je überhaupt nog zo’n Camry? En dan zeker eentje in zo’n sjieke kleurstelling, met zo weinig kilometers, van de eerste eigenaar? Zo’n kans krijg je maar één keer.”
Met vader in gedachten
Lang verhaal kort: Camille greep de kans. Hij kocht de Camry en legde de hoed van Sjef op de hoedenplank, zodat zijn vader altijd met hem meerijdt. “Mijn vader was mijn beste vriend”, zegt hij, “we hielden elkaar altijd op de hoogte als we een andere auto wilden kopen. Dat ik hem niet even kon bellen toen ik daar in Maastricht liep is heel zuur. Ik had zijn oordeel graag willen horen. ‘Nondeju jong!’ zou hij gezegd hebben, en dan zou hij me hebben aangemoedigd om ‘m te kopen, juist omdat hij dat destijds niet deed.”
“Oh mán, dat geluid!”
Van de bezwaren die Sjef weerhielden van de aanschaf van de Camry met zescilinder heeft Camille geen last: “Het verbruik neem ik graag op de koop toe. Als ik met deze auto rij voel ik alleen maar ‘joy’, want oh mán, dat geluid! En die totale finesse! Deze auto is ook een soort underdog, zelfs in de wereld van oldtimers. Negen van de tien mensen kijkt niet om als ik voorbij rijd, maar het gaat om die ene die dat wel doet. De liefhebber snapt wat dit is, dat vind ik het grootste compliment dat je deze auto kunt maken.”
Hoed in de spiegel
Dat deze Camry een blijvertje is behoeft natuurlijk geen verdere uitleg. In de eerste plaats omdat deze auto met zijn onwaarschijnlijk lage kilometerstand tientallen zorgeloze jaren voor zich heeft, maar ook omdat Camille weet hoe bijzonder het is dat uitgerekend hij deze auto kon kopen. “Van mijn hele collectie is dit wel één van mijn grootste lievelingen. Het is heel speciaal om de auto te hebben waarvan ik vroeger hoopte dat mijn vader ‘m zou kopen. Daarom is het zo mooi dat ik zijn hoed zie als ik in de spiegel kijk. Dan rijdt hij toch met me mee.”